Op woensdag 15 december 2010 is Timo Kivik of Beernink met het judicium 'met tevredenheid' afgestudeerd aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij schreef zijn scriptie in het aansprakelijkheidsrecht, getiteld: "civiele aansprakelijkheid van de financiële toezichthouder."
Vanaf heden mag hij de titel voeren van mr. (meester in de rechten).
16 september 2010
Jonge Juristen zal zo’n twee maal per maand een actuele uitspraak bespreken in onze nieuwe rubriek; recht of krom?
De eerste uitspraak is afkomstig van de rechtbank Rotterdam van 20 januari 2010 (vindplaats: NJF 2010/317).
Rechtsgebied: aansprakelijkheid en werkgeverschap
U bent werkgever en op een dag breekt één van uw werknemers een been op een tramstation. Het blijkt een gecompliceerde breuk waardoor de werkneemster gedurende lange tijd niet kan werken. Een vervelende situatie. U moet echter wel het loon doorbetalen. Kunt u, als werkgever, deze schade verhalen?
Dit waren in een notendop de feiten die geleid hebben tot deze uitspraak. ING, de werkgever van de vrouw, hield de beheerder van het station, RET, aansprakelijk voor de doorbetaalde loonkosten. En met succes!
Op grond van art. 107a lid 2 BW heeft de werkgever een zelfstandig verhaalsrecht/ regresvordering, wat in omvang gebonden is aan het bedrag dat de werknemer van de aansprakelijke kan vorderen indien er geen loondoorbetalingverplichting bestaat. Het gaat derhalve om vergoeding van het netto-loon. Niet voor vergoeding in aanmerking komen kosten van vervangende arbeidskrachten en buitengerechtelijke kosten. Onder omstandigheden kunnen wel kosten ter vaststelling van aansprakelijkheid en schade en re-integratiekosten worden verhaald. Het moet echter vaststaan dat het niet kunnen werken, de ongeschiktheid, het gevolg is van een gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is.
Verplicht op grond van de wet: art. 7: 629 lid 1 BW of op grond van de (collectieve) arbeidsovereenkomst.
MvA, Kamerstukken I 1995/96, 24 326, nr. 119b, p. 2. Het arrest van HR 9 juli 2004, NJ 2004, 572 is een nuancering van dit uitgangspunt waarin de Hoge Raad de nadruk heeft gelegd op de verplaatsbaarheid van de schade.
Zie voor de vaststelling van de schade en aansprakelijkheid Hof Amsterdam 14 oktober 2008, LJN BH1058; JA 2009, 53. Voor de re-integratiekosten zie Stb. 2008, 199 (K. 31 087). Gaat om de redelijke re-integratiekosten, hieronder vallen; kosten van administratieve activiteiten, zoals het plan van aanpak en het verslag en ook de kosten van de wettelijke verplichte documentatie en correspondentie, maar ook het om-, her-, of bijscholen, sollicitatietrainingen en het inschakelen van een re-integratiebedrijf.
Het ongeval deed zich voor in de wintermaanden en ING stelt, kort gezegd, dat RET tekortgeschoten is in de verplichting om voldoende zorg te dragen voor de veiligheid op het tramstation. Volgens ING kon dit bereikt worden door het tijdig strooien en ‘inlopen’ van het strooizout en het waarschuwen voor gladheid. Door deze maatregelen na te laten handelde RET onrechtmatig jegens de werkneemster en kan ING haar regresvordering geldend maken.
RET stelde daartegenover dat het ongeval niet veroorzaakt was door gladheid, maar door onoplettendheid van de werkneemster. Bovendien zou het voor RET praktisch onmogelijk zijn om alle ‘open perrons’ op alle tijdstippen te voorzien van gladheidbestrijding. Als laatste argument voert RET aan dat het personeel vroeg in de ochtend, het ongeval gebeurde om 6.17 uur, nog niet aanwezig was om waarschuwingen voor gladheid te kunnen geven.
De rechterbank stelt met het oog op de stel- en bewijsplicht eerst een aantal feitelijkheden vast die voor de uitkomst van de procedure van belang zijn. Ten eerste komt de rechtbank tot de vaststelling dat de werkneemster gevallen is ten gevolge van gladheid. Ten tweede is op de bewuste ochtend door RET zout gestrooid op het station, doch dit was nog niet ‘ingelopen.’ Vervolgens constateert de rechtbank dat er op geen enkele wijze gewaarschuwd werd voor gladheid op het station.
De kernvraag is of RET een gevaarlijke situatie heeft laten voortbestaan, terwijl er vanuit de zorgplicht van RET aanvullende maatregelen gevergd werden.
De kelderluikcriteria worden ter hand genomen en de rechtbank oordeelt dat RET gehouden was een aantal effectieve voorzorgsmaatregelen te nemen teneinde ongelukken te voorkomen. Deze maatregelen waren volgens de rechtbank eenvoudig te nemen en zodoende niet bezwaarlijk. Door dit na te laten is RET aansprakelijk en heeft ING op goede gronden RET aansprakelijk gehouden voor de doorbetalingsverplichting.
Het regresrecht van de werkgever heeft aldus een compenserende functie. Uiteraard heeft de werkneemster, of diens verzekeraar, ook een vordering uit onrechtmatige daad op RET voor haar schade zoals medische kosten, vervoerskosten, etc.
Krijgt u als werkgever te maken met een ongeschiktheid van een werknemer vraag dan altijd naar de precieze toedracht. Indien u dit nalaat loopt u wellicht een wettelijke vordering mis die u compenseert in uw schade. De winter staat immers weer voor de deur.
T.H.G. Kivik of Beernink
HR 5 november 1965, NJ 1966, 136. Zie r.o. 3.8 van de uitspraak. (i) hoe waarschijnlijk het is dat niet de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid in acht wordt genomen, (ii) hoe groot de kans is dat daaruit ongevallen ontstaan, (iii) hoe ernstig de gevolgen daarvan kunnen zijn, (iv) alsmede hoe bezwaarlijk het is om (veiligheids)maatregelen te treffen.